Blog

360 juni
Jenseits

De eerste maandelijkse fotowedstrijd van De Stad Verbeeldt met als thema Liefde in tijden van Corona heeft een geweldige respons gehad. Een hele tour voor Gerlinde, Bert en mij om tot laat in de avond uit de binnengekomen beelden een topdrie samen te stellen.
Neem nu die winnende foto van Inge Koppenol: die heeft het toch helemaal? Twee bejaarde mensen achter glas die bezoek krijgen: journalistiek urgent, meerlagig en met een strakke, overigens niet perfecte compositie. Maar bovenal: dit beeld toont emotie, het ‘hier’ en het ‘daar’. Het Duits gebruikt daarvoor de precieze voorzetsels diesseits en jenseits: diesseits des Fensters, jenseits des Fensters. Er schuilt iets onherroepelijks in dat jenseits, ook al gaat het met de tweede naamval, maar wat maakt een naamval meer of minder uit in tijden van corona.
Dan het tweede beeld: dat oude echtpaar dat zich nergens aan stoort en onverstoorbaar het moestuintje bewerkt. Wie in de aarde ploegt, wroet ook in het hoofd, zo lees ik op de achterflap van de bestseller Tuinieren voor de geest van de vooraanstaande Britse psychiater Sue Suart -Smith. Zij ontwikkelde een horticulturele therapie, hetgeen zoveel betekent als tuinieren om uiteenlopende psychische problemen, waaronder depressie en eenzaamheid, te behandelen. Tuinieren kan helend werken en biedt inspiratie om de geest te verrijken. Of dat allemaal in dit vertederende beeld zit? Ik weet het niet, maar deze foto ontroert mij.
Passie in de paal, foto nummer drie, lijkt op zichzelf te staan. ‘Past die wel in het thema?’ vraagt uw alerte verslaggever die voxpopjes op de Melkmarkt verzamelt voor de dagelijkse nieuwsupdate van rtv-oost. Want wie kruipt er nou in een paal, als je niet bij de vrijwillige brandweer werkzaam bent? Ja, en wie is zo idioot om wekelijks in een korte broek met nog een stuk of twintig andere knapen tegen een bal aan te trappen en te doen alsof je dáár gelukkig van wordt? Deze foto van het jonge talent Naomi van Asperen is er een om in te lijsten en in een strakwit interieur in groot formaat aan de muur te hangen. Vergeet niet de fruitschaal vol rijp fruit op tafel te zetten. Die symboliseert namelijk de vergankelijkheid.

Gertjan Aalders
360 mei
Tik op google de woorden ‘corona’ en ‘foto’ in en je ziet een waaier aan beelden van het coronavirus. Hoe klein en onzichtbaar het ook is, wij stellen ons het virus voor als een groene, blauwe of rode bal met vervaarlijke zuignappen die op elk moment als een woeste set trompetten The Last Host inzetten.

Een andere voorstelling van het virus vertoont een sterke gelijkenis met de groene schil van een tamme kastanje, je weet wel, met die scherpe stekels die de kastanje moeten beschermen. Die schil wordt een napje genoemd en daarom behoort de kastanje tot de napjesdragersfamilie van bomen. Ik vraag me af of het coronavirus een napje hééft of een napje ís.

De verzameling beelden verandert zodra je de combi ‘corona’ en ‘foto’s’ intikt. Je ziet Annabel met haar vier kinderen achter het raam in Enschede, 22 maart, een thermometer in een latex handschoen, een ic-ruimte, het plein voor de kathedraal van Milaan, BEFORE en AFTER en af toe een visuele grap om de situatie dragelijk te houden. Scrol je verder naar beneden, dan rol je in de verbijsterende wereld van de wereldwijde lockdown: afstandhoudende burgers, slachtoffers met zuurstofmasker, een spandoek met de tekst: ‘Hou vol, lieve oma, Ruben en Floor’. Alles inclusief rood hartje. Op een reclamezuil de woorden ‘zing vecht, huil, bid, lach, werk (thuis) en bewonder’.

Ik tik de combi ‘corona’ en ‘fotografie’ in. De verzameling wordt diverser, de beelden alledaagser: meer huis-, tuin- en keukengevolgen van de lockdown, zoals een foto gemaakt door een werkloze fotograaf die zijn buren aan hun voordeur fotografeert, gevolgd door een serie foto’s van mensen in hún deuropening. Voorbeeld van actuele burgerfotografie in tijden van corona. Daarnaast journalistieke impressies die de gevolgen van de ophokplicht verbeelden: mensen achter glas die naar buiten staren, thuis aan het werk, zzp’ers die opdrachten mislopen en triest de camera inkijken.

In de laatste week van maart hebben zo’n twintig studenten van de opleiding Journalistiek van Windesheim hun naaste omgeving gefotografeerd, verderop te zien op deze site: lege straten in Joure, Zwolle, Maastricht. Ik kijk ernaar. Mij bekruipt weer dat gevoel van beklemming dat ik had in de begindagen van de intelligente lockdown.

Gertjan Aalders