Login       

Blog

360 mei 2021
Gertjan Aalders

Weet jij het nog? Maandag 16 maart 2020: in het Torentje zit premier Rutte achter zijn bureau. Hij kondigt verregaande maatregelen aan: ‘Het coronavirus houdt ons land in de greep. De opgave waar we voor staan is heel erg groot. Let een beetje op elkaar. Ik reken op u.’ Hij knikt ernstig naar de camera met zijn handen over elkaar gevouwen op zijn speech. In de verte, over de Hofvijver, het wegstervend geluid van een meeuw. Het is de dag die jij niet wist dat zou komen.

16 maart: het startpunt van een reeks van zeven fotowedstrijden van De Stad Verbeeldt rond het thema corona. Elke twee maanden een andere invalshoek. De zeven invalshoeken lezen als een gedicht:


Liefde in tijden van corona
De stilte voorbij
Ik heb het gehad
Maar achter deze hoek een werelddeel
Waar is iedereen?
Zolang wij erin zitten
Ik kan niet wachten

Zoom eens in op de afzonderlijke regels van dit zevenregelig gedicht, losse flarden van gesprekken die je op straat in het voorbijgaan opvangt. Je wilt niet luisteren, maar kunt er niets aan doen. Stemmen van verontruste stadgenoten die elkaar vanaf een afstand iets toeroepen. Verbonden in de liefde, een moment waarop we weer iets meer ruimte krijgen, de punt die iemand achter een schrijnende situatie aan het zetten is. Het zijn cris de coeur die we allemaal herkennen.

De centrale zin ‘Maar achter deze hoek een werelddeel’ is een regel uit het gedicht ‘Afscheid’ van Adriaan Morriën, zoomt uit en biedt enige hoop voor wie het erin leest: ook deze situatie gaat voorbij, ook deze pandemie komen we te boven. Maar wat een zorg, pijn en verdriet!

Waar is iedereen opeens gebleven? En de berusting: zolang we erin zitten. De vaccins die tergend langzaam - zo lijkt het - beschikbaar komen, het naderende voorjaar van 2021, we willen naar buiten, ademen, op een terras zitten, naar het theater, de wedstrijd, het water op, naar de camping, op vakantie: ik kan niet wachten!

Petra Mwaro, winnaar van de laatste fotowedstrijd, drukt met haar poëtische beeld deze verzuchting treffend uit. Het wordt straks nog dringen geblazen voor de douches op natuurcamping In de Gulle Eekhoorn.


Blog

360 maart 2021


Fotograaf Ronnie Zeemering laat van alles zien op zijn prijswinnende foto rond het DSV-coronathema ‘Zolang wij erin zitten’. Een bevroren beeld waarin een jonge vrouw uit balorigheid net geschilde aardappels in een schaal met water laat vallen. Dat spat best lekker, haar onderbeen wordt er nat van. Die piepers, zijn dat Eigenheimers? Beetje bloemig, ideaal voor aardappelpuree.

Die verlepte tulpen in dat vaasje? Geen bron van levenskracht meer, maar zó snel na aankoop hoeven ze hun sippe kopjes toch niet te laten hangen? Eh, wacht es, de gele kleurstof in die kweekbloemen is toch giftig voor poezen? Die pluizige haarbal links op de bank lijkt eerder een dode dan een levende Angorakat. Die zijn aanhankelijk en met een eigen willetje, maar dood doen ze niet veel meer. Sneu. En waar kijken die hangende tulpenkopjes dan op uit? Onmiskenbaar op een toegankelijke, multi-inzetbare Touraine Sauvignon blanc 2020.

Een van de twee benen van de balorige aardappelschilster intrigeert me. Is het even lang als het andere?

Zie ik het goed? Kwispelen de gekromde tenen aan beide voeten? Doen ze alle tien een weesgegroetje? De hak van de linkervoet is hoger dan die van de rechter, dat ziet zelfs de VAR. Het linkerbeen (d.w.z. het rechterbeen van de eigenaresse) is korter dan het rechterbeen (d.w.z. het linkerbeen van de eigenaresse). Haar bekken staat waarschijnlijk scheef, vandaar die overduidelijke pijn in haar getordeerde onderrug. Vioolspelen is er niet meer bij vandaag.

Het tijdstip: 15:41 uur. Typisch een klok van de droevige figuur die zo’n tijd aangeeft. Ja, het is slecht piepers jassen, als je in je klamme badjas met een houten kop de middag moet groeten. Het tweede glas wijn staat al klaar. The situation is hopeless, but not serious. En dat om twintig voor vier. Het is doodstil.

Kijk nou: wat glundert daar in de boekenkast, zo lekker leunend tegen de Grote Fotografen Boxset van De Volkskrant? Het is ‘Filosofie voor een weergaloos leven’ van docent levensbeschouwing Lammert Kamphuis. De vrouw gooit de piepers in het klotsende water en ontsnapt aan de stilstaande tijd. Een klein moment in een zee van treurigheid maar tevens een daad van rebels verzet. Deze vrouw leeft. Weergaloos!


Gertjan Aalders

Blog

360 januari 2021

Laten we eens inzoomen op de tweede prijs van de wedstrijd ‘Waar is iedereen’. Je ziet een meisje op de rug. We weten niet veel van haar. Het juryrapport beschrijft het beeld nauwkeurig en is lovend over het ‘poëtisch gehalte’ ervan. Ik werd getriggerd door dat woord. Je kunt alles wel poëtisch noemen, maar daarmee voorkom je de volgende lockdown niet.

Ik kreeg gisteren een foto opgestuurd waarop een stuk of wat schoenen aan een lantarenpaal bungelen. Het loopt al tegen de avond en de straat is aan schemeren. De foto was gecraqueleerd en in de tekst waren de woorden ‘een schoen is nooit alleen’ te lezen. Is zoiets poëtisch?


Een goede kennis liep afgelopen weekend een deel van het ‘Noaberpad’ , een wandelpad dat van Nieuweschans tot aan Kleef in Duitsland loopt. Nu weten we dat de veelgelezen dichter Kopland zijn ogen niet droog kon houden bij de aanblik van jonge sla in september, net geplant, slap nog, in vochtige bedjes. Mijn kennis vertelde dat hij zijn ogen niet droog kon houden bij de aanblik van twee mensen op een brug over een klein beekje nabij Bellingwolde en hij stuurde me als bewijs een foto van twee mensen op een brug over een klein beekje nabij Bellingwolde. In de lucht hing zo’n waterig zonnetje waar ik - maar dat is persoonlijk - nooit genoeg van krijg. Op de achtergrond hoorde ik ruisend riet en sijpelend water. Ontroerde de foto me?


Ik nam de proef op de som en bewerkte de foto. Het effect: een nagenoeg grafisch beeld, dat de omgeving terugbrengt tot haar essentie en de chaos achter zich laat. De mens geplaatst in een abstracte ruimte, ontdaan van tijd en plaats. Waar komt hij vandaan, waar gaat hij heen en waarom weten we het antwoord niet? Dat soort werk. Was dit visuele poëzie of een cliché?


Sommige foto’s ontroeren, andere niet. Maar wat verstaan we onder het ‘poëtisch gehalte’ van een foto? Op een muur in Leiden staat een mooi gedicht van de Russische dichter Alexander Blok waarvan de eerste vier woorden luiden: ночь, улица, фонарь, аптека: nacht, straat, lantaren, apotheek. Zó had ik het nog niet bekeken.


Gertjan Aalders

Blog

2020: de redactie blikt terug

Corona heeft de wereld in 2020 op zijn kop gezet. Op 9 maart kondigt premier Mark Rutte aan: ‘We stoppen met handenschudden’. De houterige ellebooggroet wordt geïntroduceerd, vanaf 12 maart werken mensen thuis, op 15 maart gaan de scholen en de horeca dicht. Het aantal besmettingen stijgt sterk, de straten zijn verlaten. Woorden als ‘lockdown’ en ‘pandemie’ gonzen rond. Mensen leven tussen hoop en vrees. Wanneer kunnen we weer de stad in, naar school, naar oma en opa en het verzorgingstehuis? Niemand weet precies wat er aan de hand is. Hoe ernstig ís de situatie in deze ‘anderhalvemetersamenleving’?

De medewerkers van De Stad Verbeeldt (DSV) vragen zich af welke activiteiten moeten worden gecanceld en welke in het voorjaar van 2020 nog wel doorgang kunnen vinden, eventueel met kunst- en vliegwerk. De programmamanager van DSV besluit in nauw overleg met het artistiek team en de ruim veertig (!) vrijwilligers de bestaande educatieve en artistieke koers door te zetten en tegelijkertijd de ontstane situatie journalistiek-artistiek uit te buiten. Dat resulteert begin april in een even actuele als historische visuele impressie van lege straten in Zwolle en ruime omgeving, gemaakt door studenten journalistiek van Windesheim.

De website wordt drastisch vernieuwd en geprofessionaliseerd, met dank aan Jan Carel Jansen Klomp. Dit maakt het mogelijk om een online platform voor professionals en amateurs op te zetten, nodig om een ander initiatief te huisvesten: de tweemaandelijkse fotowedstrijden waarin het coronathema centraal staat: ‘Liefde in tijden van corona’, ‘De stilte voorbij’, ‘Ik heb het gehad’, ‘Maar achter deze hoek een werelddeel’ en ‘Waar is iedereen?’ Steeds meer visual storytellers, fotografen en beeldmakers weten de weg naar De Stad Verbeeldt te vinden en zenden beelden en series in!

In september organiseert DSV de opening van de Zilveren Camera 2019 met Fotograaf des Vaderlands (2013) Ilvy Njiokiktjien. Centraal staat haar productie ‘Born Free’ over de generatie die is opgegroeid in het Zuid-Afrika van na de apartheid.
Conflictfotograaf Eddy van Wessel, drievoudig winnaar van de Zilveren Camera, houdt een lezing over zijn indrukwekkende serie IS-vluchtelingen in Syrië, tijdens een stadsgesprek. Dit alles in de historische Statenzaal in het centrum van Zwolle.
En wie de expositie ‘Terzijde’ van de sensitieve landschapsfotograaf Ton Broekhuis, in oktober tot en met december in diezelfde Statenzaal, heeft gemist, vindt troost in de beelden die op onze website staan. De expo is initiatief van DSV in samenwerking met Noorderlicht Photogallery, Groningen.

Ook DSV heeft zich in 2020 moeten aanpassen aan de gevolgen van corona. Deze hebben een sterke wissel getrokken op de uitvoerbaarheid van het programma. Maar we zijn trots op wat we wél hebben kunnen realiseren. We zijn dankbaar voor het enorme vertrouwen dat in ons gesteld is, door de bezoekers, maar ook door subsidiegevers, bedrijfsleven en de politiek.
Dat geeft ons de energie en de sterke motivatie om dóór te gaan op de ingeslagen weg. Op het vlak van visual storytelling staat er véél op stapel, juist in 2021. Kom je te laat, dan haalt de visuele geschiedenis je wel in. Toch?

Wij wensen, namens alle betrokkenen bij De Stad Verbeeldt, iedereen fijne feestdagen toe en een gezond 2021! We hopen jullie in 2021 weer te treffen bij onze activiteiten.


Fieke van ’t Riet
Gertjan Aalders

Blog

360 november

Het thema van de afgelopen fotowedstrijd, ‘Maar achter deze hoek een werelddeel’, heeft een bescheiden aantal inzendingen opgeleverd. Blijkbaar was de regel, afkomstig uit het gedicht ‘Afscheid’ van Adriaan Morriën, voor sommige potentiële inzenders iets te abstract of te moeilijk te visualiseren zonder gelijk aan een straathoek te denken. Zou de vervolgregel uit dit gedicht, ‘achter dit ogenblik een zee van tijd’ meer respons hebben opgeleverd?

Ik ben, nu ik ze dieper op mij heb laten doordringen, onder de indruk van de drie winnende beelden: het huwbare meisje met de wereldbol in haar hand, dat zich mooi heeft gemaakt voor iemand op wie ze lijkt te wachten. Zou die nog wel komen? (eerste prijs); de jonge vrouw in het zwart die zich betrapt weet tussen de scherven van een wereld die ze nooit heeft gekend (tweede prijs); de eenzame figuur uit een absurd toneelstuk van Beckett die wacht op zoek naar de betekenis van zijn wachten (derde prijs).

Drie personages die wachten op een wereld die ‘achter deze hoek’ verscholen blijft. Een wereld, die ook voor de kijker ongekend blijft. Het raakt me.

De drie beeldmakers zijn zich bewust geweest van de onderliggende betekenis van de frase ‘Maar achter deze hoek een werelddeel’: die woorden dragen immers het dna van de titel in zich: Afscheid. Je wilt iemand zien, je hebt de meest verfijnde kanten jurk uit je garderobe geselecteerd, de plooien van de kraag om je frèle hals gedrapeerd, maar die ander komt niet. Je plaatst je in een historische omgeving van een voormalige Sovjet-kazerne, de scherven kraken onder je zwarte laarsjes, maar het DDR-verleden opent zich niet. Je wacht, het is stil op het perron, op de hoek van straat. Waar wacht je op? Wat is de zin van al dit wachten?

Nadert het moment dat de personages iets als ‘afscheid’ ervaren? Het huwbare meisje houdt nog hoop, tegen beter weten in. De jonge vrouw in het zwart vertrapt de glasscherven op de vloer en realiseert zich: dát verleden komt niet terug. Maar die eenzame figuur die voorovergebogen wacht en wacht … die heeft zich neergelegd. Dat beeld vertelt het moment ná het afscheid. Het wordt stil.


Gertjan Aalders

Blog

360 september

Fotograaf Nadja Willems uit Soest heeft de DSV-fotoprijs van juli-augustus gewonnen: in enkele weken tijd maakte ze honderd foto’s van buurtgenoten, werkers, muzikanten, brandweermannen, theatermakers, shoppende huisvaders en wie maar voor haar camera wilde komen.

Ze plaatste de deelnemers in een speciaal gemaakte houten box van een kleine 3 x 3 x 3 meter en liet ze hun gang gaan. Het visuele effect mag er zijn: een heuse letterbak met kleurrijke en expressieve poppetjes die je het liefst even uit hun hokje boven oma’s dressoir wil tillen en van alle kanten bekijken. En dan wel weer voorzichtig terugplaatsen, want anders gaat het theerservies van oma aan diggelen.

Nadja, in een interview in het AD: ,,Ik heb heel veel gewandeld en dan krijg ik altijd de beste ideeën. Tijdens een van die rondjes kwam het idee van de box ineens bovendrijven. Zo kon ik deze rare tijd vastleggen. Ook voor de mensen zelf, zodat ze later terug kunnen kijken. Een documentatie maar dan op een grappige manier vastgelegd.”

Nadja is een ommetje gaan maken, ging de straat uit, de hoek om, een nieuwe wereld, en pats, daar was het idee.

Het deed me denken aan een zinsnede uit een gedicht dat me al sinds het begin van de coronacrisis door het hoofd spookt. Hoe luidt die zin ook al weer? Iets met een afscheid, iemand die een boodschap doet, de straat uitloopt, voorzichtig om zich heen kijkt, een lange reis … Ik kan er even niet opkomen …. Alzheimer-light-momentje. Eh … eh.. verdorie, dat ik dáár niet op kan komen, achter dit ogenblik een zee van tijd … Ik kijk weer even naar de figuurtjes in die letterbak, zie een kale vent, blootvoets, met een wereldbol in zijn boodschappenkarretje … flits … flits … honderd scènes in een letterbak, OMG, daar floept de zin naar boven: ‘… maar achter deze hoek een werelddeel … ‘.

Een zin uit een gedicht van Adriaan Morriën, dat ik eens las op de deur van een mij verder vreemd toilet. Achter deze hoek ligt weer een hoek en als je maar ver genoeg loopt een heel werelddeel. Mmm, mooi thema voor de fotowedstrijd van september.


Gertjan Aalders

Blog

360 juli

Een journalistieke fotowedstrijd als die van De Stad Verbeeldt levert, hoe bescheiden ook, een bijdrage aan de fotografische geschiedschrijving. Zo definieert een beeld de gebeurtenis die het onderwerp vormt van de foto. Dat geldt bijvoorbeeld voor een geregisseerd, prozaïsch beeld van Mark Rutte die vanuit het Torentje een toespraak houdt.

Of neem de foto van de Turkse fotografe Nilüfer Demir die tijdens de Europese migrantencrisis (2015) een verdronken peuter fotografeert op een Turks strand. Dit schokkende beeld is het icoon van een naargeestig conflict en één van de meest invloedrijke ooit gemaakt. Een beeld dat nooit went en dat is ook de bedoeling. What you see is wat you get. Beroerd genoeg. Maar verwijst het beeld alleen naar de beschreven gebeurtenis? Of verwijst het ook naar een achterliggende ‘waarheid’, in dit geval de onuitsprekelijke ellende die wordt veroorzaakt door menselijk handelen? Stiekem zijn we blij dat het niet ons kind was, zoals Susan Sontag aannemelijk maakt in haar essay ‘Regarding the pain of others’.

De foto van Henk Boudewijns is de winnaar van de juniwedstrijd ‘De stilte voorbij’ waarop een vermoeide zorgmedewerker in het avondlicht de camera inkijkt, tegen de donkere achtergrond van het UMCG. De jury is vol lof over de compositie, de beeldende kracht ervan. Maar in hoeverre kijkt iemand in de frontlinie van de pandemie of een door corona getroffene net zo tegen dit beeld aan als iemand die de dans is ontsprongen? Om welke inhoud draait het eigenlijk, een gefictionaliseerde? Is het een voorbeeld van een kitscherige popfoto en is er - vakkundig, dat wel - gebruik gemaakt van de lawaaierige beeldtaal van filmposters? Dat zou de fotograaf tekort doen.

Op de journalistieke foto van Geertjan Kuper (tweede prijs) van de Black Lives Matter demo zien we een jongetje dat ‘in afwachtend contact’ staat met de vrouw met de rode haren. Is dit enkel een registratie van een moment of zien we ook hier een tweede, meer symbolische laag?

De dansende foto van het meisje op het zebrapad van Hendrik Braet (derde prijs) lijkt geen last te hebben van dit soort overwegingen. Het is visuele fijnproeverij die het thema ‘De stilte voorbij’ op poëtische wijze heeft geïnterpreteerd.


Gertjan Aalders

Blog

360 juni
Jenseits

De eerste maandelijkse fotowedstrijd van De Stad Verbeeldt met als thema Liefde in tijden van Corona heeft een geweldige respons gehad. Een hele tour voor Gerlinde, Bert en mij om tot laat in de avond uit de binnengekomen beelden een topdrie samen te stellen.
Neem nu die winnende foto van Inge Koppenol: die heeft het toch helemaal? Twee bejaarde mensen achter glas die bezoek krijgen: journalistiek urgent, meerlagig en met een strakke, overigens niet perfecte compositie. Maar bovenal: dit beeld toont emotie, het ‘hier’ en het ‘daar’. Het Duits gebruikt daarvoor de precieze voorzetsels diesseits en jenseits: diesseits des Fensters, jenseits des Fensters. Er schuilt iets onherroepelijks in dat jenseits, ook al gaat het met de tweede naamval, maar wat maakt een naamval meer of minder uit in tijden van corona.
Dan het tweede beeld: dat oude echtpaar dat zich nergens aan stoort en onverstoorbaar het moestuintje bewerkt. Wie in de aarde ploegt, wroet ook in het hoofd, zo lees ik op de achterflap van de bestseller Tuinieren voor de geest van de vooraanstaande Britse psychiater Sue Suart -Smith. Zij ontwikkelde een horticulturele therapie, hetgeen zoveel betekent als tuinieren om uiteenlopende psychische problemen, waaronder depressie en eenzaamheid, te behandelen. Tuinieren kan helend werken en biedt inspiratie om de geest te verrijken. Of dat allemaal in dit vertederende beeld zit? Ik weet het niet, maar deze foto ontroert mij.
Passie in de paal, foto nummer drie, lijkt op zichzelf te staan. ‘Past die wel in het thema?’ vraagt uw alerte verslaggever die voxpopjes op de Melkmarkt verzamelt voor de dagelijkse nieuwsupdate van rtv-oost. Want wie kruipt er nou in een paal, als je niet bij de vrijwillige brandweer werkzaam bent? Ja, en wie is zo idioot om wekelijks in een korte broek met nog een stuk of twintig andere knapen tegen een bal aan te trappen en te doen alsof je dáár gelukkig van wordt? Deze foto van het jonge talent Naomi van Asperen is er een om in te lijsten en in een strakwit interieur in groot formaat aan de muur te hangen. Vergeet niet de fruitschaal vol rijp fruit op tafel te zetten. Die symboliseert namelijk de vergankelijkheid.

Gertjan Aalders

Blog

360 mei
Tik op google de woorden ‘corona’ en ‘foto’ in en je ziet een waaier aan beelden van het coronavirus. Hoe klein en onzichtbaar het ook is, wij stellen ons het virus voor als een groene, blauwe of rode bal met vervaarlijke zuignappen die op elk moment als een woeste set trompetten The Last Host inzetten.

Een andere voorstelling van het virus vertoont een sterke gelijkenis met de groene schil van een tamme kastanje, je weet wel, met die scherpe stekels die de kastanje moeten beschermen. Die schil wordt een napje genoemd en daarom behoort de kastanje tot de napjesdragersfamilie van bomen. Ik vraag me af of het coronavirus een napje hééft of een napje ís.

De verzameling beelden verandert zodra je de combi ‘corona’ en ‘foto’s’ intikt. Je ziet Annabel met haar vier kinderen achter het raam in Enschede, 22 maart, een thermometer in een latex handschoen, een ic-ruimte, het plein voor de kathedraal van Milaan, BEFORE en AFTER en af toe een visuele grap om de situatie dragelijk te houden. Scrol je verder naar beneden, dan rol je in de verbijsterende wereld van de wereldwijde lockdown: afstandhoudende burgers, slachtoffers met zuurstofmasker, een spandoek met de tekst: ‘Hou vol, lieve oma, Ruben en Floor’. Alles inclusief rood hartje. Op een reclamezuil de woorden ‘zing vecht, huil, bid, lach, werk (thuis) en bewonder’.

Ik tik de combi ‘corona’ en ‘fotografie’ in. De verzameling wordt diverser, de beelden alledaagser: meer huis-, tuin- en keukengevolgen van de lockdown, zoals een foto gemaakt door een werkloze fotograaf die zijn buren aan hun voordeur fotografeert, gevolgd door een serie foto’s van mensen in hún deuropening. Voorbeeld van actuele burgerfotografie in tijden van corona. Daarnaast journalistieke impressies die de gevolgen van de ophokplicht verbeelden: mensen achter glas die naar buiten staren, thuis aan het werk, zzp’ers die opdrachten mislopen en triest de camera inkijken.

In de laatste week van maart hebben zo’n twintig studenten van de opleiding Journalistiek van Windesheim hun naaste omgeving gefotografeerd, verderop te zien op deze site: lege straten in Joure, Zwolle, Maastricht. Ik kijk ernaar. Mij bekruipt weer dat gevoel van beklemming dat ik had in de begindagen van de intelligente lockdown.

Gertjan Aalders

Privacyverklaring

© copyright 2020 de stad verbeeldt