Login       

Blog

360 september

Fotograaf Nadja Willems uit Soest heeft de DSV-fotoprijs van juli-augustus gewonnen: in enkele weken tijd maakte ze honderd foto’s van buurtgenoten, werkers, muzikanten, brandweermannen, theatermakers, shoppende huisvaders en wie maar voor haar camera wilde komen.

Ze plaatste de deelnemers in een speciaal gemaakte houten box van een kleine 3 x 3 x 3 meter en liet ze hun gang gaan. Het visuele effect mag er zijn: een heuse letterbak met kleurrijke en expressieve poppetjes die je het liefst even uit hun hokje boven oma’s dressoir wil tillen en van alle kanten bekijken. En dan wel weer voorzichtig terugplaatsen, want anders gaat het theerservies van oma aan diggelen.

Nadja, in een interview in het AD: ,,Ik heb heel veel gewandeld en dan krijg ik altijd de beste ideeën. Tijdens een van die rondjes kwam het idee van de box ineens bovendrijven. Zo kon ik deze rare tijd vastleggen. Ook voor de mensen zelf, zodat ze later terug kunnen kijken. Een documentatie maar dan op een grappige manier vastgelegd.”

Nadja is een ommetje gaan maken, ging de straat uit, de hoek om, een nieuwe wereld, en pats, daar was het idee.

Het deed me denken aan een zinsnede uit een gedicht dat me al sinds het begin van de coronacrisis door het hoofd spookt. Hoe luidt die zin ook al weer? Iets met een afscheid, iemand die een boodschap doet, de straat uitloopt, voorzichtig om zich heen kijkt, een lange reis … Ik kan er even niet opkomen …. Alzheimer-light-momentje. Eh … eh.. verdorie, dat ik dáár niet op kan komen, achter dit ogenblik een zee van tijd … Ik kijk weer even naar de figuurtjes in die letterbak, zie een kale vent, blootvoets, met een wereldbol in zijn boodschappenkarretje … flits … flits … honderd scènes in een letterbak, OMG, daar floept de zin naar boven: ‘… maar achter deze hoek een werelddeel … ‘.

Een zin uit een gedicht van Adriaan Morriën, dat ik eens las op de deur van een mij verder vreemd toilet. Achter deze hoek ligt weer een hoek en als je maar ver genoeg loopt een heel werelddeel. Mmm, mooi thema voor de fotowedstrijd van september.


Gertjan Aalders

Blog

360 juli

Een journalistieke fotowedstrijd als die van De Stad Verbeeldt levert, hoe bescheiden ook, een bijdrage aan de fotografische geschiedschrijving. Zo definieert een beeld de gebeurtenis die het onderwerp vormt van de foto. Dat geldt bijvoorbeeld voor een geregisseerd, prozaïsch beeld van Mark Rutte die vanuit het Torentje een toespraak houdt.

Of neem de foto van de Turkse fotografe Nilüfer Demir die tijdens de Europese migrantencrisis (2015) een verdronken peuter fotografeert op een Turks strand. Dit schokkende beeld is het icoon van een naargeestig conflict en één van de meest invloedrijke ooit gemaakt. Een beeld dat nooit went en dat is ook de bedoeling. What you see is wat you get. Beroerd genoeg. Maar verwijst het beeld alleen naar de beschreven gebeurtenis? Of verwijst het ook naar een achterliggende ‘waarheid’, in dit geval de onuitsprekelijke ellende die wordt veroorzaakt door menselijk handelen? Stiekem zijn we blij dat het niet ons kind was, zoals Susan Sontag aannemelijk maakt in haar essay ‘Regarding the pain of others’.

De foto van Henk Boudewijns is de winnaar van de juniwedstrijd ‘De stilte voorbij’ waarop een vermoeide zorgmedewerker in het avondlicht de camera inkijkt, tegen de donkere achtergrond van het UMCG. De jury is vol lof over de compositie, de beeldende kracht ervan. Maar in hoeverre kijkt iemand in de frontlinie van de pandemie of een door corona getroffene net zo tegen dit beeld aan als iemand die de dans is ontsprongen? Om welke inhoud draait het eigenlijk, een gefictionaliseerde? Is het een voorbeeld van een kitscherige popfoto en is er - vakkundig, dat wel - gebruik gemaakt van de lawaaierige beeldtaal van filmposters? Dat zou de fotograaf tekort doen.

Op de journalistieke foto van Geertjan Kuper (tweede prijs) van de Black Lives Matter demo zien we een jongetje dat ‘in afwachtend contact’ staat met de vrouw met de rode haren. Is dit enkel een registratie van een moment of zien we ook hier een tweede, meer symbolische laag?

De dansende foto van het meisje op het zebrapad van Hendrik Braet (derde prijs) lijkt geen last te hebben van dit soort overwegingen. Het is visuele fijnproeverij die het thema ‘De stilte voorbij’ op poëtische wijze heeft geïnterpreteerd.


Gertjan Aalders

Blog

360 juni
Jenseits

De eerste maandelijkse fotowedstrijd van De Stad Verbeeldt met als thema Liefde in tijden van Corona heeft een geweldige respons gehad. Een hele tour voor Gerlinde, Bert en mij om tot laat in de avond uit de binnengekomen beelden een topdrie samen te stellen.
Neem nu die winnende foto van Inge Koppenol: die heeft het toch helemaal? Twee bejaarde mensen achter glas die bezoek krijgen: journalistiek urgent, meerlagig en met een strakke, overigens niet perfecte compositie. Maar bovenal: dit beeld toont emotie, het ‘hier’ en het ‘daar’. Het Duits gebruikt daarvoor de precieze voorzetsels diesseits en jenseits: diesseits des Fensters, jenseits des Fensters. Er schuilt iets onherroepelijks in dat jenseits, ook al gaat het met de tweede naamval, maar wat maakt een naamval meer of minder uit in tijden van corona.
Dan het tweede beeld: dat oude echtpaar dat zich nergens aan stoort en onverstoorbaar het moestuintje bewerkt. Wie in de aarde ploegt, wroet ook in het hoofd, zo lees ik op de achterflap van de bestseller Tuinieren voor de geest van de vooraanstaande Britse psychiater Sue Suart -Smith. Zij ontwikkelde een horticulturele therapie, hetgeen zoveel betekent als tuinieren om uiteenlopende psychische problemen, waaronder depressie en eenzaamheid, te behandelen. Tuinieren kan helend werken en biedt inspiratie om de geest te verrijken. Of dat allemaal in dit vertederende beeld zit? Ik weet het niet, maar deze foto ontroert mij.
Passie in de paal, foto nummer drie, lijkt op zichzelf te staan. ‘Past die wel in het thema?’ vraagt uw alerte verslaggever die voxpopjes op de Melkmarkt verzamelt voor de dagelijkse nieuwsupdate van rtv-oost. Want wie kruipt er nou in een paal, als je niet bij de vrijwillige brandweer werkzaam bent? Ja, en wie is zo idioot om wekelijks in een korte broek met nog een stuk of twintig andere knapen tegen een bal aan te trappen en te doen alsof je dáár gelukkig van wordt? Deze foto van het jonge talent Naomi van Asperen is er een om in te lijsten en in een strakwit interieur in groot formaat aan de muur te hangen. Vergeet niet de fruitschaal vol rijp fruit op tafel te zetten. Die symboliseert namelijk de vergankelijkheid.

Gertjan Aalders

Blog

360 mei
Tik op google de woorden ‘corona’ en ‘foto’ in en je ziet een waaier aan beelden van het coronavirus. Hoe klein en onzichtbaar het ook is, wij stellen ons het virus voor als een groene, blauwe of rode bal met vervaarlijke zuignappen die op elk moment als een woeste set trompetten The Last Host inzetten.

Een andere voorstelling van het virus vertoont een sterke gelijkenis met de groene schil van een tamme kastanje, je weet wel, met die scherpe stekels die de kastanje moeten beschermen. Die schil wordt een napje genoemd en daarom behoort de kastanje tot de napjesdragersfamilie van bomen. Ik vraag me af of het coronavirus een napje hééft of een napje ís.

De verzameling beelden verandert zodra je de combi ‘corona’ en ‘foto’s’ intikt. Je ziet Annabel met haar vier kinderen achter het raam in Enschede, 22 maart, een thermometer in een latex handschoen, een ic-ruimte, het plein voor de kathedraal van Milaan, BEFORE en AFTER en af toe een visuele grap om de situatie dragelijk te houden. Scrol je verder naar beneden, dan rol je in de verbijsterende wereld van de wereldwijde lockdown: afstandhoudende burgers, slachtoffers met zuurstofmasker, een spandoek met de tekst: ‘Hou vol, lieve oma, Ruben en Floor’. Alles inclusief rood hartje. Op een reclamezuil de woorden ‘zing vecht, huil, bid, lach, werk (thuis) en bewonder’.

Ik tik de combi ‘corona’ en ‘fotografie’ in. De verzameling wordt diverser, de beelden alledaagser: meer huis-, tuin- en keukengevolgen van de lockdown, zoals een foto gemaakt door een werkloze fotograaf die zijn buren aan hun voordeur fotografeert, gevolgd door een serie foto’s van mensen in hún deuropening. Voorbeeld van actuele burgerfotografie in tijden van corona. Daarnaast journalistieke impressies die de gevolgen van de ophokplicht verbeelden: mensen achter glas die naar buiten staren, thuis aan het werk, zzp’ers die opdrachten mislopen en triest de camera inkijken.

In de laatste week van maart hebben zo’n twintig studenten van de opleiding Journalistiek van Windesheim hun naaste omgeving gefotografeerd, verderop te zien op deze site: lege straten in Joure, Zwolle, Maastricht. Ik kijk ernaar. Mij bekruipt weer dat gevoel van beklemming dat ik had in de begindagen van de intelligente lockdown.

Gertjan Aalders

Privacyverklaring

© copyright 2020 de stad verbeeldt